Het hockey speelveld en de hockey doelen
Er zijn bepaalde regels die gelden voor het hockey speelveld en de hockey doelen. Deze regels hebben wij hieronder voor je op een rij gezet.
Het hockey speelveld:
-
is rechthoekig.
-
91 meter lang.
-
55 meter breed.
-
met duidelijke (bij voorkeur witte) lijnen aangegeven.
Alle lijnen zijn 7,5 cm breed en over hun volle lengte getrokken. De lijnen liggen binnen het hockey speelveld en maken daarvan dus deel uit.
-
De lange grenslijnen heten zijlijnen.
-
De korte grenslijnen heten achterlijnen.
-
De delen van de achterlijnen tussen de doelpaalmarkeringen heten doellijnen.
Aanbevolen wordt een vrije ruimte rond het veld van minimaal 5 meter achter de achterlijnen en minimaal 4 meter naast de zijlijnen.
Andere lijnen en veldmarkeringen:
-
Een middenlijn over de breedte van het speelveld.
-
23 meter-lijnen getrokken op 23 meter van de buitenzijde van elk der achterlijnen.
Het velddeel tussen een 23 meter-lijn en de nabije achterlijn heet een 23 meter-vak. -
Evenwijdig aan de zijlijnen zijn op 4,5 meter van de buitenzijde van die lijnen op en over de middenlijn en de 23 meter-lijnen lijntjes ter lengte van 1,8 meter getrokken.
-
Lijntjes van 30 cm lang zijn binnen het speelveld haaks op de zijlijnen geplaatst op 5 meter van de nabije hoekvlag en op 14,63 meter van de binnenzijde van de achterlijnen. De afstanden worden gemeten tot de buitenzijde van deze lijntjes.
-
Lijntjes van 30 cm zijn ook binnen het speelveld op de achterlijnen geplaatst aan weerszijden van de doelen op afstanden van 4,50 en 9 meter van de buitenkant van de doelpalen. De afstanden worden gemeten tot de buitenzijde van deze lijntjes.
-
Lijntjes van 15 cm lang zijn buiten het speelveld geplaatst op de achterlijnen op 1,83 meter van het midden van de achterlijn, om de juiste plaats van het doel te markeren. De afstand wordt gemeten tot de binnenzijde van deze lijntjes.
-
Strafbalstippen (met een doorsnede van 15 centimeter) staan midden voor elk doel. Het middelpunt van die stip ligt op 6,4 meter van de binnenzijde van de doellijn.
Slagcirkels:
-
Voor elk doel is evenwijdig aan de achterlijn en op een afstand van 14,63 meter daarvan een lijn van 3,66 meter lengte getrokken. De afstand van 14,63 meter wordt gemeten van de buitenzijde van de achterlijn tot de buitenzijde van de slagcirkellijn.
-
Deze lijn wordt aan weerskanten doorgetrokken tot de achterlijn door twee kwartcirkels met de binnenste hoekpunten aan de voorzijde van de doelpalen als middelpunt.
-
Het gebied begrensd door deze lijnen heet de slagcirkel (ook wel 'cirkel' genoemd).
Geen andere lijnen en tekens mogen op het hockey speelveld worden aangebracht dan die in de spelregels zijn genoemd.
Veldvlaggen:
-
zijn tussen 1,20 meter en 1,50 meter hoog.
-
staan op iedere hoek van het speelveld.
-
mogen in geen enkel opzicht gevaarlijk zijn.
-
mogen alleen onbreekbare vlaggenstokken hebben als die met een verende bevestiging op het veld zijn geplaatst.
-
de vlaggen zelf zijn niet groter dan 30 bij 30 centimeter.
In/uit de cirkel: De cirkellijn behoort tot de cirkel, daarom is de bal in de cirkel zodra/zolang enig deel van de bal op of boven een lijn van de cirkel of de rest van het cirkelgebied is.
Omheining: (KNHB) Bij bondswedstrijden van standaardteams moet rond het speelveld een vaste omheining staan. Deze moet staan op minimaal 2 meter van een zijlijn en minimaal 4 meter van een achterlijn.
Teambanken: (KNHB) Bij bondswedstrijden van standaardteams moeten bij het speelveld twee teambanken staan (één voor elk aan de wedstrijd deelnemende teams) die plaats bied aan negen personen. Zij moeten (eventueel binnen de afrastering en/of in dug-outs) worden geplaatst aan één zijde van het speelveld. De banken moeten minimaal 1 meter van de zijlijn worden geplaatst en maximaal 10 meter ter weerszijden van de middenlijn.
Hockey doelen
In het midden van elke achterlijn staat een hockey doel:
-
De doelpalen en de doellat zijn rechthoekig, 5 centimeter breed en 7,5 centimeter dik en wit van kleur.
-
De palen staan verticaal op 3,66 meter van elkaar (vanuit de binnenkant van de palen gemeten).
-
De palen staan op de merktekens, met hun voorkant tegen de buitenkant van de achterlijn.
-
Een horizontale doellat verbindt de palen op 2,14 meter boven de grond (vanaf de grond tot de onderkant van de doellat gemeten).
-
De doelpalen mogen niet boven de doellat uitsteken.
-
De doellat mag niet buiten de doelpalen uitsteken.
Zijplanken:
-
zijn tenminste 1,20 meter lang en 46 centimeter hoog.
-
zijn op de grond geplaatst in een rechte hoek met de achterlijn en vastgemaakt aan de achterkant van de doelpalen (zodanig dat de breedte van de doelpalen niet wordt vergroot) en aan de uiteinden van de achterplank.
-
moeten binnen het doel een donkere kleur hebben.
Achterplank:
-
is 3,66 meter lang en 46 centimeter hoog.
-
is op de grond geplaatst en is vastgemaakt aan de uiteinden van de zijplanken.
-
moet binnen het doel een donkere kleur hebben.
Hockey doelnetten:
-
zijn aan de palen en de lat bevestigd met tussenruimten van niet meer dan 15 centimeter. Zij bevinden zich buiten achterplank en zijplanken.
-
zijn zodanig bevestigd dat de bal niet tussen het net en de doelpalen, de doellat of de achterplank en zijplanken door kan.
-
zijn niet zodanig strak gespannen dat de bal van het net terugkaatst.
-
hebben mazen van maximaal 45 millimeter.
Terug naar overzicht